Sint Nicolaas

Literatuur

Veelvuldig is er over Sint-Nicolaas, Sinterklaas en het Sinterklaasfeest geschreven. De literatuur geeft een heel scala aan boeken, al dan niet in romanvorm. Ook komen in romans taferelen voor van tradities van Sint-Nicolaas en het jaarlijkse feest.

In het volgende komen aan bod:
– Anthony Christiaan Winand Staring
– G.J. d’Ancona
– Jan Schenkman
– Jozef Albertus Alberdingk Thijm
– Jacob Stinissen
– Augusta de Wit
– Willem Elsschot
– Paul van Ostaijen

~~~

Anthony Christiaan Winand (A.C.W.) Staring (1767-1840) is een Nederlandse landheer, landbouwkundige, dichter, politicus en beheerder van het landgoed en kasteel “De Wildenborch” bij de plaats Vorden in de provincie Gelderland. Als verzenmaker is hij een heel romantisch dichter. Staring onderscheidt zich door zijn dichterlijke vertelkunst.

Staring schrijft “Sint Nikolaas Een Sprookje” in het boek “Nieuwe Gedichten”. Het is een uitgave uit 1827 van Johannes Immerzeel (1776-1841), die uitgever, dichter, schrijver en boekhandelaar is. Het werk “Sint Nikolaas Een Sprookje” begint met:
“Komt hier eens Kinders, en let op; ‘k vertel van Sinter-Klaas”.

~~~

In 1840 verschijnt van onderwijzer G.J. d’Ancona “Brief van Sint-Nicolaas aan zijne vriendjes en vriendinnetjes”. In deze uitgave deelt Nicolaas lekkers uit. Ook is er een griezelige figuur die kettingen bij zich heeft en een roe in de hand houdt. Deze angstaanjagende persoon brengt kinderen aan het schrikken. In 1842 geeft G.J. d’Ancona uit de “St. Nicolaasalmanak voor brave kinderen”. In dit boek wordt gesproken over het Nicolaaskantoor en de inhaling (intocht).

~~~

In 1850 komt de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) met het boek “Sint Nikolaas en zijn knecht”. Schenkman introduceert onder meer het lied “Zie ginds komt de stoomboot”, brengt een donkere, naamloze metgezel in beeld, voert een paard op, dat eerst bruin is en later wit, het rijden op de daken wordt geopenbaard en hij laat zien dat cadeautjes via de schoorsteen komen. Dit boek kent dan ook vele elementen uit de Germaanse cultuur. Tot 1907 beleeft het werk vele herdrukken. Jan Schenkman wordt gezien als de grondlegger van het huidige Sinterklaasfeest, maar dat is niet correct. Hij grijpt terug naar oude elementen van de Germanen en de donkere knecht is een namaakduivel. In zijn boek legt Jan Schenkman geen enkele relatie met het slavernijverleden. Vele boeken die na het werk van Schenkman uitkomen volgen zijn lijn. Jan Schenkman is lid van het in 1784 opgerichte genootschap “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen”. Deze organisatie heeft de primaire doelstelling de “minvermogende burger”, “de achtergestelde”, te verheffen. De inspanningen gaan uit naar verbetering van de volksschool met gepast onderwijsmateriaal en werken aan het welzijn van minderbedeelden in brede zin. Lid zijn van deze vereniging spoort niet met uitingen over slavernij in relatie tot een donkere figuur in zijn boek over Sint-Nicolaas. Schenkman staat dus ver van praktijken uit de geschiedenis van de slavernij.

~~~

Jozef Albertus Alberdingk Thijm (1820-1889), Josephus Albertus Thijm, dichter, schrijver, hoogleraar, kunstcriticus en uitgever, heeft in de 19e eeuw op treffende wijze een feestelijke bijeenkomst met Sint-Nicolaas verwoord. Hij schrijft over zijn bevindingen als 5-jarige over het Sinterklaasfeest in 1825 thuis bij een schoolvriendje van zijn broer. In het dagblad De Amsterdammer van 1 november 1884 schrijft Thijm, dat er feesten waren, waarvan geen zo’n diepe indruk maakte als Sinterklaas. Hij maakte rondedansjes met 40 à 50 kinderen, terwijl zij zingen. Thijm stelt dat Sint-Nicolaas van de schoolmeesters is en Sinterklaas een uitvinding van pseudo-naturalisten (nep-realistische weergevers).
Er wordt heel wat snoepgoed gestrooid als ulevellen (vierkant stukje gekookt of gebakken suikerwerk), chocolaatjes met pistachenoten, kapittelstokjes (stukjes amandel of kaneel met een suikerlaagje), suikererwten (zoete, knapperige erwten) en amandelen (noten met zachte smaak). Het is wat anders dan het nederige feest thuis op 5 december, de dag van de strooiavond. De volgende morgen bij grootmoeder thuis met het zoeken maar presentjes die overal waren verstopt. Dit staat ook in “Vader Thijm” uit 1995, waarbij de bron is Eigen Haard, nr 49 van 1880. Er zijn dus meer publicaties met dezelfde herinneringen van Thijm.

~~~

Pieter Jacob/Jacob Stinissen (1847-1913) is een productieve Vlaming met vele publicaties op zijn naam. Hij is niet alleen dichter en schrijver, maar ook onder meer onderwijzer, administrateur in het onderwijs te Kortrijk en hoofdinspecteur van het lager onderwijs te Ekeren. Jacob Stinissen schrijft talrijke boeken en publiceert ook in bladen, zoals met name poëzie in De Vlaamsche Kunstbode en in het Tijdschrift van het Willems-Fonds. Hij schrijft ook over Sinterklaas in “Fabelen en ander kindergedichtjes” uit 1897 met “speelgoed” op pagina 79, uitgegeven door J. Van der Poorten te Gent. In “Oude, Vlaamsche kinderfeestjes & volksvermaken”, uitgever L. Opdebeek, Antwerpen, komt “Sinterklaas” voor. Deze bundel is uitgebracht in 1925, na zijn overlijden.

~~~

In het boek “het dure moederschap” uit 1907 van Augusta (Anna, Augusta, Henriette) de Wit (1864-1939), uitgeven door P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam, komt het Sinterklaasfeest met lekkernijen voor op pagina 151.
Moeder en kind gaan naar de bakker, waar iedereen komt kijken naar het uitgestalde suikergoed. De jongen staat begerig voor de vrijers van speculaas en zij koopt voor hem een “Klaasmanneke”, dat niet zo duur is, omdat het in tweeën is gebroken. Als ze weer thuis zijn, vliegt opeens de deur open en een harde stem roept: “Van Sint-Nicolaas …”

~~~

Willem Elsschot, pseudoniem voor Alphonsus Josephus (Alfons) de Ridder (1882-1960), Vlaams schrijver en dichter van Villa des Roses (1913), Een ontgoocheling (1914), De verlossing (1921), Lijmen (1924), Kaas (1933), Tsjip (1934), Pensioen (1937), Lijmen/Het been (1938), De leeuwentemmer (1940), Het tankschip (1942), Het dwaallicht (1946) en poëzie met Verzen van Vroeger (1934).

Willem Elsschot maakt ook een Sinterklaasversje, nadat Willibrord Albert Maria (Wilberd) van der Kallen (1910-1988), hoofdredacteur van De Tijd, een algemene oproep daartoe doet op 30 oktober 1954. Op 4 december 1954 verschijnen bijdragen van schrijvers en dichters in De Tijd, waaronder ook een versje van Willem Elsschot. De creatieve uiting van Willem Elsschot refereert aan de toen heersende spanningen door de Koude Oorlog (1945-1991). Het titelloze versje telt zes regels en luidt:

“Komt er geen eind aan dat gestook
dan staan wij gauw in vuur en rook
tenzij de Yankees en de Russen
elkaar als ware broeders kussen.
Vooruit dus, beste Sinterklaas,
een woordje bij de Grote Baas.”

Later wordt dit versje ook opgenomen in de uitgave met ongebundelde teksten van Willem Elsschot met de titel “Zwijgen kan niet verbeterd worden”, uitgegeven door Loeb & Van der Velden in 1979 en samengesteld door Annemarie Kets-Vree (*1949). Het is een uitgave van 175 pagina’s met deels verspreid verschenen en deels niet eerder gepubliceerde gedichten en proza-bijdragen. Het gedichtje staat nadien ook in “Nagelaten werk van Willem Elsschot”, op pagina 63, dat is uitgeven in 2006.

~~~

Paul (Leopold Andreas) van Ostaijen (1896-1928) is in een kort leven een heel productief man. Hij staat bekend als een veelzijdig kunstenaar: Vlaams, modernistisch dichter en prozaschrijver. Ook is hij schilder, tekenaar, kunstcriticus en kunsthandelaar.
Paul van Ostaijen schrijft het gedichtje van Sint Niklaas en het eerste deel van de tekst luidt:
“Sint Niklaas
appelbaas
uit het land van Waas
heilige Paus
die ging lopen
uit een deeg van speculaas”.
Ook maakt Paul van Ostaijen het liedje van de twee Sinten. Het begin geeft de woorden:
“Ik hou van Sint Niklaas
ik hou van Sinte Martin
ik hou van de ezel van Sint Niklaas
ik hou van het zwaard van Sinte Martin
ik hou van de ezel een oude wijs van wijze goedheid”.

~~~

Datum eerste publicatie: 9 juli 2022
Datum laatste wijziging: 21 maart 2026
©2026 Jan van Wijk - Sint-Nicolaas.eu - All rights reserved