Sint Nicolaas

Kinderbisschop

In de legende van de drie huwbare dochters en deze van de drie studenten treedt Nicolaas op als schenker en redder. Hierdoor is bisschop Nicolaas de voedingsbodem voor het ontstaan van een kinderbisschop op scholen en internaten in de middeleeuwen.

Het gebruik van de kinderbisschop begint op kloosterscholen en later komt het ook voor in kerken. In het begin wordt de kinderbisschop gekozen op 28 december, de dag van de Onnozele Kinderen. De kinderbisschop heet dan “Episcopus Innocentius” en dit Latijn staat in het Nederlands voor “bisschop van de onschuldigen”. Later komt het voor dat het feest eerder begint. Op de feestdag van Sint-Nicolaas, die aanvangt in de vooravond van 5 december, kiezen scholieren en studenten uit hun midden een bisschop. Deze heel jonge leerling of student mag de taak van een gewijde bisschop overnemen. De kinderbisschop is in functie op één dag of langer tot op de dag van Onnozele Kinderen of de dag erna. Deze periode is de tijd van een omkeerfeest, zoals ook dat van Vastenavond of carnaval.

In de periode 5 december -28 of 29 december kunnen zich drie varianten van het feest voordoen:
1. Festum Puerorum (kinderfeest), dit is een armenfeest voor kinderen en jongeren. Bij het feest zijn kinderen vermomd en zij gaan bedelend en zingend door de straten. Zij bedelen om bisschopsgeld. De festiviteit stamt af van een oud Romeins kinderfeest, waarbij kinderen zich verkleden.
2. Festum Fatuorum (feest van dwazen), dit is een feest van zotten, dwazen en narren.
3. Festum Asinorum (ezelsfeest), dat een feest is voor klerken (clerici), studenten, misdienaars en koorknapen in een kerk. Het is een feest van de ezel (asinus).

In enkele plaatsen verschijnt de kinderbisschop op een ezel of paard. De naam ezelsbisschop wordt dan gebruikt en ook een ezelspaus is voorgekomen.

Bij het kinderfeest gaan met de kinderbisschop ook kinderen mee die zich als duivel hebben verkleed en zij dragen donkere maskers of hebben het gezicht zwart gemaakt. Zij zijn dan de voorlopers van de latere metgezellen van Sint-Nicolaas, zoals Krampus en Zwarte Piet. In de middeleeuwen is het in verscheidene plaatsen gebruikelijk dat een heilige, zoals Sint-Nicolaas, in een stoet verschijnt met duivelse figuren. De kinderbisschop is gekleed met mantel, heeft een mijter op en een staf in de hand. Dit feest met een kinderbisschop is eeuwen blijven bestaan en bevat ingrediënten voor het latere Sinterklaasfeest in West- en Midden-Europese landen. Het feest van de kinderbisschop wordt in de loop van de jaren afgeschaft, maar blijft in katholieke kringen gevierd tot in het begin van de 19e eeuw. Uiteindelijk zijn de maskers van de duivelse begeleiders in België een Nederland verdwenen, met uitzondering van deelnemers aan het winterfeest op de Waddeneilanden.

Hendrik (Henry )VIII (1491-1547), koning van Engeland (1509-1547), schaft in Engeland het feest van de kinderbisschop af in 1542. In 1553 herintroduceert Maria (Mary) I van Engeland (1516-1558), koningin van Engeland en Ierland (1553-1558) het feest en vervolgens verdwijnt het weer onder Elisabeth I van Engeland (1533-1603), koningin van Engeland en Ierland (1558-1603).

Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) worden besluiten door de katholieke kerk genomen die onder andere gaan over het gebruik van kerken. In een kerk mogen vanaf dan enkel serieuze diensten en vieringen worden gehouden. Misstanden in de kerk worden aangepakt en dit als antwoord op de reformatie, waardoor er afscheidingen zijn gekomen van protestanten. Dus geen feesten meer in kerken en dit betekent het einde van ezelsbisschoppen, ezelspausen en kinderbisschoppen in gewijde ruimten.

In de tweede helft van de 20e eeuw krijgen jongeren in enkele kerken wat meer ruimte. Een spel met een jongerenbisschop is dan weer mogelijk in Engeland en in het Spaanse Burgos.

~~~

Datum eerste publicatie: 12 februari 2025
©2025 Jan van Wijk - Sint-Nicolaas.eu - All rights reserved
nl Dutch en English fr French de German it Italian pl Polish pt Portuguese es Spanish