Sint Nicolaas

Vruchtbaarheid

De verwijzen naar vruchtbaarheid in de Sinterklaastijd heeft een lange geschiedenis. In de periode van het Romeinse Keizerrijk is het jaarlijs, aan het eind van de winter, tussen 13 een 15 februari, feest vieren. Het is dan de tijd van “Lupercalia”. Vrouwen worden met leren riemen geslagen om hen vruchtbaar te maken. Dit vruchtbaarheidsfeest is gevierd in een grot met de naam “Lupercal”.

De naam “Lupercalia” is afkomstig van “Lupercal”; dit een grot van de wolvin bij een van de zeven heuvels van Rome. Een legende vertelt dat Romulus (771 v. Chr.-716 v. Chr.) en zijn tweelingbroer Remus (771 v. Chr.-753 v. Chr.) door een wolvin worden gezoogd en grootgebracht. Rome is rond 753 v. Chr. gesticht door Romulus. In die tijd is er een feest dat naakte priesters rondlopen als bokken met een zweep om vrouwen te slaan met de zweep. De aanraking met een zweep zou tot vruchtbaarheid van de vrouw leiden en onheil afwenden. Later zijn beelden gemaakt, waaronder de “Lupa Capitolina” (bazin van de wolven); een bronzen beeld dat voorstelt een wolvin die Romulus en Remus voedt. De assistent van Sint-Nicolaas in Lotharingen/Elzas en enkele streken van Wallonië is Père Fouettard en hij heeft ook een zweep bij zich.

Het dansen met geweien op het hoofd is duizenden jaren oud. Een rotstekening in het zuiden van Frankrijk nabij Montesquieu-Avantès, in het arrondissement Saint-Girons toont dit aan in een grot. Deze grot heeft de naam “les Trois-Frères”, omdat de ontdekking in 1912 is gedaan door drie broers Bégouën. De rotstekening geeft weer een “tovenaar” of “sjamaan” in hertendracht, met staart, mensenvoeten, dierenhuid, masker en gewei. De afbeelding dateert van rond 13.000 jaar v. Chr en doet denken aan Cernunnos, “de gehoornde”, een Keltische god, die in verband wordt gebracht met vruchtbaarheid van de natuur. Hoorns worden door metgezellen van Sint-Nicolaas gedragen in Alpenlanden.

In Scandinavische landen zijn ook vruchtbaarheidsfeesten, zoals het joelfeest. Deze viering toont het verband aan tussen vruchtbaarheid en dodengod Wodan en is dus niet alleen een feest van de vruchtbaarheid, maar ook van de doden. Het woord “joel” (Jul, Yule) betekent zonnewiel. Op de feestdag wordt aangegeven dat het zonnewiel de laagste stand van de zon aangeeft en vervolgens komt er per dag meer licht. Mensen hebben dierenhuiden aan en bokkenhoorns op. Nog steeds is het in Zweden “joeltijd” tijdens de kerstperiode. Het joelfeest is een winterzonnewende met Germaanse wortels en begint na 21 december, de korte dag van het jaar, met het aanstel van “joelvuren”. De Zweedse benaming “Julbocken” en de Finse naam “Joulupukki” betekenen “kerstbok” en verwijzen naar de Kerstman. Mensen verkleden zich met geitenhuiden om zich onherkenbaar te maken en gaan langs de huizen om voedsel te vragen. De Zweedse Kerstman heet “Jultomten” en dit staat voor kerstkabouter. In Finland verblijft “Joulupukki” op de bijna 500 meter hoge berg Korvatunturi, die ligt op de grens tussen Finland en Rusland in het noorden van Finland. Er wordt gezegd dat de woonplaats van de Kerstman het Finse dorp Rovaniemi is, dat ligt op de poolcirkel. Hier staat een dorp als themapark van de Kerstman “Joulupukin Pajakylä”. Joulupukki draagt rode kleding, verplaatst zich met een slee die wordt voortgetrokken door rendieren. Hij gaat naar huizen, klopt op de deur, vraagt of er brave kinderen zijn en dit verwijst naar Sinterklaas.

In de kunst worden Sint-Nicolaas en het jaarlijkse feest van hem veelvuldig verbeeld. Zo is er een 16e eeuwse gravure van Jost Amman (1539-1591), die een Zwitsers-Duits kunstenaar is en vooral bekendheid geniet door houtsneden en boekillustraties. Hij toont “Sankt Nikolaus” (Sint-Nicolaas) op een ezel en de man heeft tekenen van het voorjaar op het hoofd, namelijk takken, jonge blaadjes en daarin een vogelnestje.

Het Sinterklaasfeest geeft nog andere verwijzingen naar vruchtbaarheid, zoals een attribuut van de metgezel van de Sint. Deze reisgezel, zoals Zwarte Piet, heeft een roe bij en dit tot in de jaren 60 van de 20e eeuw. De roe is onder andere bedoeld om jonge vrouwen met de roe op hun achterste te slaan en dit bevordert de vruchtbaarheid. Ook is het slaan met de roe op de grond een teken dat het land een vruchtbare oogst brengt.

Een andere uiting van vruchtbaarheid is het strooien van lekkernijen, zoals noten en vruchten. Het strooien van pepernoten door de assistent van Sinterklaas verwijst naar naar een oud symbool van vruchtbaarheid. Het is de boer die zaad strooit op zijn akker. Maanden nadien hoopt de boer de vruchten van het zaaien te zien en nog wat later kan er worden geoogst.

~~~

Datum eerste publicatie: 16 oktober 2024
Datum laatste wijziging: 10 maart 2026
©2026 Jan van Wijk - Sint-Nicolaas.eu - All rights reserved