Sint-Nicolaas

De koopman en de dode

Een klooster, nabij de stad Constantinopel, heeft een kerk toegewijd aan de Heilige Nicolaas. Op een dag hebben de monniken van dit klooster grote armoede en bidden tot Nicolaas, de hevige priester van God, om redding.

Een rijke kopman, die vrijgevig is aan armen en veel liefde voor de kerk heeft, gaat met zijn jonge medewerker aan het werk. Onderweg zien zij een dode, naakte man liggen, die door de vorst is gestorven. De koopman stuurt zijn jonge metgezel vooruit naar de eerstkomende klant. Hij legt de dode op zijn paard en brengt het stoffelijk overschot naar het klooster, waar de dode wordt begraven bij de kerk van de Heilige Nicolaas. De man geeft de monniken wat goud om voor de begrafenis te zorgen en de dode jaarlijks te herdenken.

De koopman hervat de zakenreis en als hij op de plaats komt waar hij de dode heeft gevonden, zie hij een jongeman huilen. Hij vraagt wat er scheelt. De jongen zegt dat zijn vader koopman is en handel drijft ook hier in deze buurt. De jongen zoekt zijn vader al enkele dagen maar vindt hem niet. Ook hoort hij dat zijn vader gedood is door rovers. Dan vertelt de koopman dat hij een dood lichaam heeft gevonden en het stoffelijk overschot naar het klooster heeft gebracht om het daar te begraven. Daarop smeekt de jongeman de koopman hem naar het klooster te brengen om het graf te tonen.

De koopman gaat met de jongeling naar het klooster. De monniken herkennen de koopman en laten hem en de jongen het graf zien. De zoon van de gestorven koopman vraagt of de monniken het graf openen. Dit gebeurt en tot grote verwondering zien de aanwezigen het graf gevuld met goud en zilver. Een wonder is gebeurd! Zij prijzen God en Nicolaas, de heilige priester van God. Ineens is de jongeman onzichtbaar. Vervolgens verschijnt Nicolaas aan de abt van het klooster in een droom en zegt hem dat het wonder is geschied, door een engel te zenden, dat de kloosterlingen niet meer in armoede moeten leven.

Deze legende staat in een boek van Gustav Adolf Anrich (1867-1930) met de titel “Hagios Nikolaos, der Heilige Nikolaos in der griechischen Kirche” , Leipzig 1913-1917. Anrich is Duits historicus uit de Elzas, rector van universiteiten te Straatsburg en Tübingen, gespecialiseerd in de geschiedenis van het vroege christendom. De tekst heeft Carl Erich Gleye (1866-1930), expert in de Byzantijnse geschiedenis, vertaald uit het Slavisch in het Duits en vervolgens de tekst aan Anrich ter beschikking gesteld.

~~~

Datum eerste publicatie: 22 juni 2026
©2026 Jan van Wijk - Sint-Nicolaas.eu - All rights reserved