De legende van de drie priesterstudenten, in het Frans “Tres Clerici”, is het meest bekende verhaal over Sint-Nicolaas in West-Europa. Het is ook ontstaan in dit deel van Europa. Later is dit verhaal door een vertaalfout veranderd in drie kleine kinderen in een pekelvat en is er een toneelstuk van geweest in de vorm van een mirakelspel. De oudste teksten komen in drie handschriften voor, namelijk in dat van Hildesheim, Einsiedeln en in het boek van Fleury. Dit boek is een bloemlezing en is in de 12e eeuw opgetekend en daarna in het Frans verwerkt door Robert Wace (±1100-±1175), dichter en kanunnik, kapittelheer van het Normandische Bayeux. In dit boek staat “Lib sci Godehardi”. Uitgeschreven is dit “Liber Sancti Godehardi”. Godehardus van Hildesheim (960-1038) was abt en later bisschop van Hildesheim van 1022 tot in 1038. Hij is in 1131 heilig verklaard. De Franse plaats Fleury is later veranderd in Saint-Benoît-sur-Loire.

Drie studenten in de theologie, herkenbaar door de tonsuur, de kale, ronde plek op de kruin van het hoofd, zijn onderweg. Zij komen bij een herberg. Tijdens de nacht worden zij van het leven beroofd …
De herbergier vermoedt dat de drie jongens veel geld bij hebben. Hij vermoordt hen in de nacht, waarbij z’n vrouw behulpzaam is. De gewetenloze herbergier slacht de knapen en doet de gesneden stukken vlees in de pekel. Door het mensenvlees met pekel te bewerken, is het langer te bewaren. Immers, zout is in die tijd een van de weinige middelen om bederf van voedsel tegen te gaan.
In een droom wordt Nicolaas door een engel op de hoogte gebracht van deze mensonterende daad. De volgende ochtend gaat hij naar de herberg en wenst daar vers vlees te eten. De waard ruikt onraad en dit wordt versterkt als Nicolaas hem wijst op de begane misdaad. Nicolaas spreekt de waard aan en gaat bidden. Vervolgens gaat Nicolaas naar de kelder, komt bij het vat, bidt opnieuw, tikt de ton aan en wekt de drie jongens weer tot leven. Zo redt Nicolaas de drie jongemannen uit de dood. De herbergier en zijn echtgenote tonen spijt, bekeren zich tot het geloof van Nicolaas en beloven hem in het vervolg als goede mensen door het leven te gaan. Door deze legende is Nicolaas niet alleen de kindervriend, maar ook de vriend van jeugdigen en studenten geworden.

Uit het verhaal blijkt dat deze legende heel katholiek is. De betekenis van de legende gaat niet alleen over leven en dood, maar ook over de heropstanding. Het is ook een verhaal dat raakvlakken heeft met de natuur. In de winterperiode lijkt de natuur dood te gaan, maar herleeft door het opkomende licht na de donkere decembermaand.
Sint-Nicolaas wordt vaak afgebeeld met drie kinderen in een tobbe aan de voeten en dit verwijst naar de legende van de drie priesterstudenten, die grote bekendheid geniet in West-Europa. In het “oosten” komt deze legende niet voor.
Geplaatst: 9 mei 2021
Laatst gewijzigd: 24 november 2024