Sint Nicolaas

Adventsheilige

In het christendom is de Advent de aanloopperiode naar Kerstmis. Het woord “Advent” komt van het Latijnse woord “Adventus” en betekent “komst” of “komende”, want in de Advent wordt het licht in de duisternis verwacht. Maria baart met Kerstmis de Messias of Redder.

De adventsperiode omvat op de dag van vandaag een duur van vier zondagen die vlak vóór Kerstmis komen. Dit is niet steeds zo geweest. De Advent heeft in de 4e eeuw, tijdens de Romeinse tijd, een duur van 6 weken.

Gregorius Florentius (±538-594), hagiograaf, historicus en bisschop van Tours (573-594), bekend als Gregorius van Tours, schrijft over heiligen. Hij vermeldt onder andere dat Perpetuüs (+490), bisschop van Tours in de periode 460-490, rond 480 een vastentijd instelt van 3 weken vóór Kerstmis. Perpetuüs wordt ook genoemd Sint-Perpet.

Gregorius (±540-604), bijgenaamd de Grote, is paus in de periode 590-604. Hij spreekt over een adventstijd van 4 zondagen. In bewaarde teksten komt voor dat de Advent de voorbereidingsperiode op Kerstmis is.

Tijdens het Concilie van Trente, met 3 zittingen in de periode 1545-1563, is de huidige adventsperiode vastgesteld. Dit betekent dat de Advent begint op de 4e zondag vóór Kerstmis en dit is op de eerste zondag na 26 november. Op deze dag wordt het feest gevierd van Sint-Siricius (±334-399). Sirius is paus van de christelijke kerk in de periode 384-399 en hij sterft op 26 november. Sirius voert het pauselijk decreet uit, dit is een uitvaardiging van een besluit of wet. Later is door de Kerk bepaald dat op de zondag na deze dag de Advent begint. De adventstijd eindigt op 24 december en wel in de kerstavond. Aangezien Kerstmis elk jaar op een andere weekdag valt, varieert de lengte van de Advent. De minimale duur van de Advent is 3 weken en 1 dag en de langste periode bedraagt 3 weken en 6 dagen. De feestdag van Nicolaas van Myra is zes december en deze dag valt in de adventsperiode. Hierdoor is Nicolaas een adventsheilige met jaarlijks één of twee zondagen in de adventstijd.

De liturgische kleur in de adventsperiode is paars. Dit is de reden dat Sinterklaas ook eens in het paars is gekleed. Hij heeft dan niet alleen een paarse mijter op en paarse mantel aan, maar ook draagt hij dan een paarse stola en paarse handschoenen. Soms draagt Sinterklaas paarse schoenen. Het dragen van paarse kleding komt minder voor dan in de eerste helft van de 20e eeuw. Secularisatie heeft hier ook een rol gespeeld.

In de Oosters-Orthodoxe Kerk begint de Advent jaarlijks op 15 november, de dag van Christus Koning, en duurt dan altijd 40 dagen. Bijgevolg kent deze periode dan niet vier, maar zes kaarsen om op zondag aan te steken.

Tijdens de Advent wordt de adventskrans gebruikt. Dit is een vondst van de Duitse, Lutherse theoloog Johann Hinrich Wichern (1808-1881) in het jaar 1839. Hij geeft onderwijs aan arme kinderen en wil voor hen de periode naar Kerstmis verduidelijken. Hiertoe gebruikt hij een wagenwiel en plaatst daarop 4 witte en 24 rode kaarsen, namelijk één kaars voor elke dag. Voor de zondagen zijn de witte kaarsen en op de doordeweekse dagen is er een rode kaars om aan te steken. In 1839 gebruikt hij voor de periode van 27 november tot en met 24 december 4 witte en 24 rode kaarsen. Door deze symboliek maakt hij de kinderen duidelijk hoeveel nachtjes zij moeten slapen eer het Kerstmis is. Dit is de eerste adventskalender. In 1860 krijgt Johann Hinrich Wichern de inval een adventskrans te maken met een wagenwiel met dennentakken. Hierbij heeft hij gelet op oude gebruiken en heeft de krans de symboliek van een wiel. Een zonnewiel is in de vroeg-christelijke tijd een symbool aan reizenden een veilige reis te tonen. Het wagenwiel is een IX-monogram. In het Grieks staat I voor Jezus en X wil zeggen Christus. De naalden van de takken verwijzen naar de doornen van Jezus bij de kruisiging. In de jaren 30 van de 20e eeuw wordt de adventskrans gemeengoed in katholieke kringen.

Een veel gegeven cadeautje in de Sinterklaastijd is een adventskalender. Deze ontstaat in de 19e eeuw in Duitsland. Het is Gerhard Lang (1881-1974), boekhandelaar en uitgever, die in 1903 gedachten heeft over een kalender naar Kerstmis. Als jong kind kreeg hij elke dag van zijn moeder een doosje met een snoepje en dit tot Kerstmis. De adventskalender begint vaak op 1 december of op de eerste zondag van de Advent. De eerste luikjes hebben veelal betrekking op Sint-Nicolaas. Op deze kalender is er voor elke dag een luikje. Achter een luikje is vaak een snoepje van chocolade verborgen. Op deze wijze is het voor kinderen een praktische manier om per dag af te tellen naar Kerstmis en dagelijks wat van Kerstmis ontdekken. Op 25 december is het laatste luikje geopend en de Advent is voorbij; het is Kerstmis.

~~~

Datum eerste publicatie: 26 mei 2025
Datum laatste wijziging: 25 december 2025
©2026 Jan van Wijk - Sint-Nicolaas.eu - All rights reserved