Père Fouettard is een griezelige metgezel van Sint-Nicolaas (Saint-Nicolas) op 6 december en enkele dagen voor deze datum. Hij komt als begeleider voor in het noordoosten van Frankrijk en dan met name in Elzas en Lotharingen. Ook komt deze figuur voor in enkele delen van het Belgische Wallonië en in het westen van Zwitserland.
Père Fouettard is een grimmig personage met een grote, zwarte baard en hij is geheel in het zwart gekleed. Père Fouettard heeft veelal een roe en een zweep bij zich. De benaming “Père Fouettard” betekent in het Nederlands “Vader Zweep” of “Vader Gesel”; deze “Vader” dreigt stoute kinderen met een zweep.
Père Fouettard is gekleed in een rood of donker gewaad, draagt lang, onverzorgd haar, heeft een lange baard en toont een boosaardig, soms donker, gezicht. Steeds heeft hij een zweep, stok of roe bij zich. Het komt voor dat Père Fouettard een mand draagt, waarin hij stoute kinderen kan doen. Het gebeurt ook dat deze metgezel een bos takken op de rug heeft en een ketting bij zich heeft. Met recht wordt gesproken van een hoogst geheimzinnig personage.
Père Fouettard vormt een contrast met Sinterklaas. Hij is een boeman die stoute kinderen dreigt met een zweep en hen wil slaan. Hij geeft kinderen stukjes kool of een deeltje van een suikerbiet. De Sint beloont de lieve kinderen met een cadeautje. Sinds het begin van de 21e eeuw heeft Père Fouettard in enkele streken een wat minder angstaanjagende uitstraling.
Het ontstaan van de figuur Père Fouettard kent een verscheidene bronnen van vele eeuwen terug. Een legende uit ±1150 vertelt dat hij de boosaardige herbergier is uit de legende van de drie jongemannen in de tobbe. De moordenaar en slachter van de jonge mensen is Père Fouettard. Hij wordt ontmaskerd door Sint-Nicolaas, toont veel berouw en wordt de begeleidende assistent van hem. Ook is verteld dat Père Fouettard door Sint-Nicolaas is gedwongen als zijn helper op te treden en dit als straf voor de begane, gruwelijke, grote misdaad. Dit verhaal lijkt sterk op de legende van Sint-Nicolaas en de drie jonge studenten, die later als kleine kinderen worden voorgesteld.
Een andere bron voor het verschijnen van Père Fouettard komt uit de 16e eeuw. De oorsprong komt uit de tijd van Karel V (1500-1558), Rooms-Duits koning en keizer (1519-1556). Op 6 december van elk jaar komt Sint-Nicolaas alleen naar de Franse stad Metz. In 1552 belegert keizer Karel V met zijn troepen de stad, die dan onder Frans bewind is. De inwoners van Metz roepen Henri II (1519-1559), koning van Frankrijk 1547-1559) te hulp. Om de stadgenoten te bemoedigen bedenken en maken de leden van het leerlooiersgilde een reusachtig personage met een grote roe, zweep en kettingen. Met deze enorme pop, die op een reus lijkt, achtervolgen zij de jongelui door de straten van Metz. De indrukwekkende figuur stelt keizer Karel V voor, zij zien hem als een tiran, die mensen angst aanjaagt. Een afbeelding van de keizer wordt verbrand. Dit gebeurt tijdens het Beleg van Metz (19 oktober 1552 – 1 januari 1553). Dit beleg wordt een mislukte poging van de troepen van Karel V om de Franse stad Metz te heroveren op het Franse leger.
Het komt door Franse leerlooiers dat Père Fouettard zijn intrede doet in de Franse cultuur. Zij maken een figuur met roe, zweep en kettingen, die keizer Karel V voorstelt en wat later in brand wordt gestoken. Het niet kunnen innemen van de stad Metz en de verbranding van de afbeelding van Karel V vinden nagenoeg gelijktijdig plaats met de feestdag van Sint-Nicolaas. De reusachtige verschijning wordt een begrip in de stad en elk jaar op 6 december met het feest van Sint-Nicolaas komt de boosaardige reus in Metz. Het wordt dan een traditie brave kinderen te belonen en stoute kinderen worden door de reus met de roe op de billen geslagen. Wat later raakt de grote pop in de vergetelheid dat deze keizer Karel V voorstelt. De mensen geven de pop dan de naam “Le Père Fouettard”. Door deze gebeurtenissen wordt Père Fouettard, met roe, bruine baard en bruine pij, de boosaardige tegenspeler van Sinterklaas. Père Fouettard raakt bekend over heel Frankrijk en Wallonië.
In het dagboek van Hubert Birelet, graanhandelaar te Metz, staat op de pagina van december 1589, dat zijn grootvader Johan Collignon hem heeft verteld over Vadertje Zweep (Père Fouettard). In 1552, tijdens de jeugdjaren van Jehan Collignon, hij misschien Sint-Nicolaas kende, de grote heilige die de kinderen opvoedt, maar zeker Vadertje Zweep.
In het Zwitserse Fribourg is de kathedraal toegewijd aan Sint-Nicolaas. Jaarlijks is daar een groot kinderfeest met een nachtelijke stoet met licht van toortsen. Een zich zwart gemaakte Père Fouettard klapt met een gevreesde zweep. Ook zijn er goede metgezellen van Sint-Nicolaas die snoep uitdelen aan de toeschouwers.
Een andere boeman in Frankrijk is “Croque Mitaine”, de grote boeman of grote griezel, die stoute kinderen in een zak meeneemt om hen op te eten. Deze angstaanjagende figuur komt voor in het begin van de 16e eeuw.
~~~